Tochtgenoten

Een boek dat mensen letterlijk in beweging brengt lijkt op het eerste gezicht een goede publiciteitsstunt. Want wie bedenkt het om een boek te publiceren en lezers uit te nodigen om een week (!) mee te lopen over het pionierspad, dwars door de Flevopolder? Boele Ytsma bedacht het rondom zijn nieuwe boek Authentiek en met succes.

Gisteren is de eerste etappe van start gegaan van het Muiderslot naar Almere Haven en samen met vijf andere wandelaars heb ik de tocht gelopen. Ik hou van nieuwe iniatieven, ben nieuwsgierig naar mensen die zoiets bedenken en anderen die hierin meegaan.  Onderweg werden levensverhalen uitgewisseld waarin veel over geloof, de kerk, en relaties geproken werd. Wandelen is bij uitstek een goede vorm om verhalen te vertellen.

In de gesprekken met de medetochtgenoten bleek ook Twitter een belangrijke verbindende factor. Voor mij onderstreepte deze ‘pelgrimservaring in de polder’ de kansen en mogelijkheden van nieuwe sociale media. Niet een toenemende isolering van individuen die alleen via het beeldscherm contacten onderhouden met de buitenwereld, maar het ontstaan van nieuwe relationele netwerken en relaties die de grenzen van ‘traditionele’ sociale netwerken overstijgen. Wie zich nog wil aansluiten bij de tocht deze week, kan ik het dan ook van harte aanraden.

Het boek Authentiek was de aanleiding om mee te lopen maar daar is eerlijk gezegd  niet veel over gesproken. Het boek was te laat van de pers om het helemaal te lezen voor de meeste deelnemers. Later deze maand zal ik er een blog aan wijden.

Er is één God

 Boekbespreking

Parzany, Ulrich. Er is één God, getuigen van Christus in een multiculturele samenleving. Amsterdam, Ark Media 2009.

Van de schrijver van het boek Er is één God, Ulrich Parzany had ik eerlijk gezegd nog nooit gehoord.  Parzany is een bekende spreker en evangelist in Duitsland. Via Paul Abspoel van Ark Media kreeg ik een exemplaar van zijn boek in handen. De ondertitel van het boek ‘getuigen van Christus in een multireligieuze samenleving’ zette me als lezer enigszins op een verkeerd spoor. Het boek biedt vooral een apologetische discussie tussen het Christendom en de Islam  en bespreekt heel in het kort de uitdaging van het Hindoeïsme en Boeddhisme.

Parzany zet sterk in op de exclusieve waarheidsclaim van het christendom en waarschuwt voor het gevaar om verschillen tussen religies te verdoezelen. Veel christenen weten niet goed wat ze zelf geloven en wat hen onderscheidt van andere religies, meent hij. Dit houdt volgens Parzany direct verband met het Europese postmoderne denkklimaat en de ontwikkeling van de keuze-samenleving waardoor het christendom in Europa verwatert.

Om duidelijk te maken dat niet alle religies over dezelfde God spreken, wordt sterk ingezet op de beslissende betekenis van het leven, sterven en de opstanding van Christus en de verzoening tussen God en mens. Dit zal door evangelische en orthodoxe protestanten herkenbaar en overtuigend klinken. Hoewel de komst van Jezus als openbaring van God als beslissende openbaring van God gezien kan worden, is Parzany m.i. te stellig als hij op pg 121 schrijft dat ‘als er al kennis over God is, dan alleen door Jezus Christus’. Dit roept nogal wat vragen op over hoe God zich openbaarde in het Oude Testament en in het bijzonder hoe Parzany denkt over de Joodse Godsbeeld. Juist in de dialoog met andere religies is deze vraag uitermate belangrijk en essentieel. Kan God zich ten dele openbaren in andere religies?  En, in hoeverre is de Geest van God werkzaam in de wereld en kunnen mensen op weg gaan, in de richting van Jezus, zoals bijvoorbeeld de drie wijzen die door hun occulte praktijken een teken van Godswege ontvingen?

In het deel over de Islam bespreekt Parzany de teksten over Jezus in de Koran, de betekenis van Jezus als profeet en de theologische verschillen in opvatting over de kruisdood van Jezus in de Koran en de Bijbel. Door deze benadering wordt de vraag of er in de Islam sprake is van een andere God, niet duidelijk beantwoord. Door de verschillen te benadrukken worden de overeenkomsten tussen bijvoorbeeld het beeld van God als Schepper in het Oude Testament en in de Koran, vermeden.  

Voor een dialoog met andere gelovigen ben ik ervan overtuigd dat het nodig je eigen traditie te kennen en te weten waar je voor staat als gelovige. Ook is het goed je te verdiepen in de traditie van de ander, te weten waar de verschillen liggen, maar ook de overeenkomsten. Dat laatste heb ik gemist in het boek.

Interessant is dat Parzany mogelijkheden ziet voor samenwerking tussen gelovigen van verschillende tradities in een plurale samenleving. Christenen kunnen zich verbinden en inzetten voor vrede, gerechtigheid en het behoud van de schepping (p. 101). Dat kan niet anders dan met compromissen stelt Parzany, en het is belangrijk dat je samenwerken en verkondigen bij elkaar houdt (p.104). Hoe je dat nu in de praktijk doet, lijkt me uitermate belangrijk en spannend, maar daarin wordt de lezer niet op weg geholpen.

Tot slot, dit boek is een aanzet om zich vanuit een orthodoxe christelijke visie te verdiepen in de betekenis en kennis van Jezus in de Koran. Dat is gelijk ook de beperking van het boek. In de ontmoeting tussen een christen en een moslim zal deze apologetische discussie meestal niet direct op tafel komen.

Seminar Shane Claiborne

Bij het seminar met Shane Claiborne was ook  ik uitermate geboeid door deze kleurrijke verhalenverteller die, met zijn charme, humor en performance, het publiek meenam in zijn avonturen in de achterbuurten van Philadelphia. Ondanks de aanstekelijke presentatie had ik bij het verhaal van Shane een sterk deja vu gevoel.

Zijn verhaal en oproep voor navolging van Jezus doet me heel sterk denken aan de discussies en voorbeelden uit de jaren ’70 en ’80. Zo zijn er binnen de Lausanne Beweging  verschillende consultaties besteed aan de relatie tussen het evangelie en sociale verantwoordelijkheid. Het beeld dat veel gebruikt werd waren de twee vleugels van een vogel; woord en daad zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. In deze consultaties (in de jaren tachtig) kwam een sterke tweedeling binnen de evangelicale wereld naar voren. Enerzijds waren er evangelischen die het koninkrijk van God alleen in de toekomst verwachtten (op deze aarde is het niet) en zich vooral wilde inzetten voor sociale hulp. Daarentegen bestond de tweede groep uit meer radicale evangelicals, zoals Jim Wallis van de Sojourners and Rene Padilla uit Latijns Amerika die (o.a. geïnspireerd door bevrijdingstheologie) aandacht vroegen voor sociale actie en de zondige structuren van de samenleving. Hun visie op het koninkrijk van God was meer gericht op deze wereld. In Nederland waren o.a. Evert van de Poll en Otto de Bruijne sterk betrokken bij deze internationale ontwikkelingen. Het opinieblad  Reveil bood indertijd een platform aan deze relatief kleine groep geëngageerde evangelischen.

Een meer praktische voorbeeld in de tachtiger jaren was Floyd McClung. Als evangelische ‘opinieleider’ van Jeugd met een Opdracht, heeft hij verschillende malen een oproep gedaan aan christenen om in de steden te gaan wonen (bv. tijdens een Opwekkingsconferentie) en met name daar waar de sociale nood hoog is. Dat resulteerde o.a. in leefgemeenschappen op de wallen en op de Ark, een boot achter het centraal station in Amsterdam. Zijn ervaringen met het wonen  in leefgemeenschap in Afghanistan langs de zg. ‘hippie trail’ laat zich goed vergelijken met iemand als Shane (zie het boek living at the devils doorstep).

Terugkijkend is het opvallend hoe snel dit evangelische maatschappelijk geëngageerde elan vrijwel is verdwenen. Duidelijk is dat er in de jaren negentig een sterke therapeutisering van het evangelicalisme heeft plaatsgevonden. Thema’s als identiteit, aanvaarding, acceptatie, innerlijke genezing en heelheid zijn in de plaats gekomen van gerechtigheid, dienstbaarheid en zorg voor de schepping. Daarnaast hebben de thema’s  gemeentegroei  en -ontwikkeling de blik naar binnen nog eens versterkt.

Is de roep om orthopraxie van Shane te vergelijken met eerdere ontwikkelingen? Is het inderdaad een terugkeer van wat al eerder is geweest? Ja en nee denk ik.

Veel van wat Shane zegt en schrijft is niet nieuw (dat pretendeert hij trouwens ook niet) en kan als een reactie gezien worden op de zelfgenoegzaamheid, zelfgerichtheid en het doorgeschoten individualisme binnen de evangelische wereld. En anders dan misschien ogenschijnlijk lijkt, zijn er voorbeelden te vinden in Nederland van wat Shane propageert. Wel nieuw is zijn sterke oecumenische benadering en openheid voor samenwerking met andere gelovigen en organisaties van allerlei richtingen op het gebied van gerechtigheid. De scheiding tussen gelovigen van verschillende geloofsgemeenschappen lijken minder een rol te spelen dan in vroegere tijden. Haasnoot’s angst dat hiermee een weg ingeslagen wordt richting secularisatie zoals de uitkomst van het eerdere conciliair proces, deel ik dan ook niet. Shane’s verhaal laat duidelijk zien hoe een bepaalde vorm van spiritualiteit vorm kan krijgen in het praktisch handelen.  Daarmee laat hij zien dat voluit kind is van zijn postmoderne tijd.

Marketing en de Kerk

brugge 012brugge 013

In Brugge hangen mooie posters in de verschillende katholieke kerken. Probeert  men op deze manier de kerk een eigentijds gezicht te geven? Ik denk niet dat deze mediastrategie voldoende zal zijn. Uiteindelijk maken mensen het verschil.

 

brugge 008brugge 021

Prodigal God

 

sept 09 014

beeldentuin Hoofddorp

Contextuele Architectuur

 Notre Dame Montreal
 
Tijdens onze vakantie in Canada bezochten we de Notre Dame in het centrum van Montreal. Een imposante cathedraal, gebouwd in de 19e eeuw naar Europees voorbeeld. We waanden ons even in Frankrijk tot we op de details gingen letten. De onderstaande schildering liet zien dat we ons wel degelijk ergens anders bevonden.

Afbeelding 020

Jesus Camp

jesus_camp2_1Vanavond zendt  BRT 1 de documentaire Jesus Camp uit om 21.10 uur. Voor iedereen die vorige jaar (VPRO) deze film gemist heeft, een aanrader. Al eerder werd deze film tijdens het IDFA getoond in Amsterdam. De heftige beelden over kinderen die tijdens een zomerkamp leren om ‘Warriars for Jesus’ te worden kun je niet onbewogen bekijken. De documentairemakers zijn m.i. wel wat selectief te werk gegaan met hun materiaal. Ongenuanceerde denkbeelden over Amerikaanse ‘Born Again’ christenen worden bevestigd: anti-abortus, pro-Bush en wantrouwen naar de overheid. In de documentaire worden de momenten die tegenstrijdigheden laten zien, niet uitgediept. Zo worden de ouders die aanwezig zijn tijdens het kamp niet aan het woord gelaten. Maar ondanks dat is het een documentaire die je gezien moet hebben.

Synchroblog Van de Kaart

Van_de_kaart_kleinHet boek Van de Kaart van Boele P. Ytsma heb ik in twee dagen uitgelezen. Een zorgvuldig geschreven en eerlijk boek. Het is vooral een boek met een missie: gelovigen die het niet allemaal zo zeker meer weten wordt een hart onder de riem gestoken, of anders gezegd, twijfelaars worden aangesproken als mensen die authentiek en waarachtig willen zijn, als gepassioneerde gelovigen. Twijfel, zo stelt Ytsma in het begin van zijn boek, is iets dat je overkomt, daar kies je niet voor. In die zin lijkt zijn verhaal op een omgekeerd bekeringsverhaal. Zijn evangelische geloof bezwijkt op den duur onder wat hij noemt ‘gevaarlijke ervaringen’, ervaringen die niet in te passen zijn binnen zijn evangelische geloofskader. Zijn verhaal maakt duidelijk dat een geloofscrisis niet hoeft te betekenen dat je je geloof kwijtraakt. Geloven krijgt wel een andere betekenis: van zeker weten is geloven nu vooral vertrouwen.redwood forest CA 08

Ytsma verbindt zijn persoonlijk verhaal met grote maatschappelijke veranderingen. De verschuiving van moderne naar postmoderne tijd betekent volgens hem dat een ‘moderne’ manier van gelovigen sterk onder druk is komen te staan. Ten dele deel ik deze analyse. De z.g. transformatie van religie waar sociologen over spreken wordt inderdaad steeds meer zichtbaar Dit betekent o.a. dat mensen niet langer geloven op gezag van de traditie maar vooral een beroep op de eigen ervaring. Authenticiteit is belangrijker dan een bepaalde overtuiging. In die zin laat het boek zien hoe een postmoderne manier van geloven binnen de christelijke traditie vorm kan krijgen. Niet alles van het christelijk geloof hoeft aan de kant gezet te worden. Zo schrijft Ytsma de kerk niet af maar wil hij zich voluit als verbinder en pionier inzetten en nieuwe wegen bewandelen in navolging van Christus. Hij is hoopvol en optimistisch over de gepassioneerde twijfelaars de hij herkent in de emerging church beweging. Hier ziet hij een nieuwe voorhoede van mensen die de tegenstelling tussen orthodoxie en vrijzinnigheid achter zich laten en zich richten op het koninkrijk van God.

Hoewel Ytsma de focus op Christus richt en spreekt over God als Onze Vader heeft het me verbaast dat hij op geen enkele wijze de Geest ter sprake brengt. De Geest lijkt volledig buiten beeld in zijn verhaal. Ik vraag me af hoe dat komt. Wellicht zegt dit iets over het rationele fundamentalistische evangelisch klimaat waarin hij verkeerd heeft. Zijn karakterisering van evangelisch is m.i. nogal eenzijdig. Evangelischen lijken samen te vallen met fundamentalisten (die nooit twijfelen p. 79) en zijn net als de vrijzinnigheid, slachtoffer van het modernisme. Deze karakterisering heeft wellicht te maken met het geestelijke klimaat binnen de Evangelische Hogeschool dat indertijd sterk beïnvloed werd door een uit Amerika afkomstige fundamentalische bijbelopvatting gecombineerd met een anti-charismatische opstelling (denk aan Ouweneel in die tijd). Binnen meer Pentecostale en charismatische georiënteerde groepen is in verhouding meer ruimte geweest voor de eigen ervaring door de nadruk op de Geest en is de nadruk op de ratio getemperd door aandacht voor lichamelijkheid, genezing en het wonder. Ondanks de ruimte voor de eigen ervaring, moet gezegd worden dat er voor twijfelaars en vragenstellers weinig begrip bestaat binnen de evangelische wereld. Het onderzoek Ooit Evangelisch heeft dat voldoende aangetoond. Het anti-intellectuele klimaat en gesloten geloofssysteem zijn daar onder andere debet aan.

Al lezend heb ik me afgevraagd of wat door Ytsma als postmodern geloven wordt geduid, ook niet te maken heeft met ‘volwassen geloven’, of reflexief geloven. Geloven jongeren vaak niet veel stelliger dan ouderen? En wordt niet iedereen door meer levenservaring ‘sadder and wiser, genuanceerder over de wereld, inclusief je geloofsovertuigingen?

Tot slot, vraag ik me af hoe Ytsma de kerk van alle eeuwen waardeert. `We kunnen gerust alle filters weggooien` meent hij, verwijzend naar het werk van theologen uit het verleden. Dat elke christelijke gemeenschap de bijbel leest en verstaat binnen de eigen specifieke context en van daaruit spreekt over het ervaren en verstaan van God, lijkt me een gegeven. Immers, elke tijd kent een eigen set van zoekvragen met daarbij horende gezochte antwoorden. Belangrijker lijkt mij de vraag of deze antwoorden ons nog iets te zeggen hebben. Is er iets van het koninkrijk van God dat ook vroegere gelovigen als perspectief voor zich zagen, te herkennen en van waarde voor ons vandaag? En heeft de Geest daar ook iets mee te maken? De nadruk die Ytsma op het ‘Onze’ van het Onze Vader legt en zijn overtuiging dat geloven alles te maken heeft met een gemeenschap illustreert m.i. dat de kerk van nu niet los verkrijgbaar is en de bijbel niet aleen individueel gelezen moet worden. In die zin deel ik zijn wantrouwen ten opzicht van allerlei theologieën niet. Juist door het gebruik van filters lichten bepaalde thema’s die eerder niet gezien werden en door de geschiedenis heen meegenomen worden. Theologie is volgens mij ook niet meer dan reflectie achteraf van mensen over hun omgang met God in een bepaalde context. Door de verschillende beelden naast elkaar te laten bestaan en zich te verhouden tot theologieën (en dat mag en kan niet anders dan kritisch) wordt ook de twijfelde en zoekende gelovige in staat gesteld te reflecteren op zijn manier van omgaan met de bijbel en zijn verstaan van het koninkrijk van God.

Standplaats Wereld

 New York 200

Regelmatig krijg ik de vraag waar antropologen zich mee bezig houden. Door de breedte van het vakgebied is dat niet eenvoudig in een paar zinnen uit te leggen. Maar sinds kort heeft  de afdeling Sociale en Culturele Antropoligie van de facultieit Sociale wetenschappen (Vrije Universiteit) een eigen website met de veelzeggende naam: Standplaats Wereld. Antropologen mogen dan late adapters zijn van nieuwe media maar het resultaat mag er wezen! Kijk en oordeel zelf.

Lord have mercy on me

Vijf dagen liep ik over de avenues and streets in Manhattan, samen met mijn 17 jarige dochter. Volle straten, drukke metrogangen, een overweldigende stad met een veelkleurige verzameling van mensen. Nu ik thuis ben en in gesprekken vertel over onze belevenissen, blijft één ontmoeting me achtervolgen. Of beter gezegd, één stem. We hebben heel veel stemmen gehoord in het rumoer van Time Square, in restaurants, winkels en niet te vergeten,  tijdens twee musicals op Broadway. Maar wat ik blijf horen is de stem van een donkere, oude gebogen vrouw die in de metrowagon met haar karretje vol vieze plastic zakken en vodden heen en weer liep. Met een klarige, maar krachtige stem zong ze maar één zin: ‘Lord have mercy on me’. New York 138Om me heen keken mensen weg, naar buiten waar de donkere muren voorbij raasden. En ik? Ik reageerde niet anders, durfde haar niet aan te kijken en keek uit mijn ooghoek schuin naar beneden. Ik zag haar gebogen rug en voelde me heel ongemakkelijk. Had ik haar geld moeten geven? Of had ik haar op z’n minst niet kunnen aankijken om haar te zien als mens, te erkennen als de ander?

Haar stem draag ik mee en haar gebed:  ’Lord have mercy on me’.