Bij het seminar met Shane Claiborne was ook ik uitermate geboeid door deze kleurrijke verhalenverteller die, met zijn charme, humor en performance, het publiek meenam in zijn avonturen in de achterbuurten van Philadelphia. Ondanks de aanstekelijke presentatie had ik bij het verhaal van Shane een sterk deja vu gevoel.
Zijn verhaal en oproep voor navolging van Jezus doet me heel sterk denken aan de discussies en voorbeelden uit de jaren ’70 en ’80. Zo zijn er binnen de Lausanne Beweging verschillende consultaties besteed aan de relatie tussen het evangelie en sociale verantwoordelijkheid. Het beeld dat veel gebruikt werd waren de twee vleugels van een vogel; woord en daad zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. In deze consultaties (in de jaren tachtig) kwam een sterke tweedeling binnen de evangelicale wereld naar voren. Enerzijds waren er evangelischen die het koninkrijk van God alleen in de toekomst verwachtten (op deze aarde is het niet) en zich vooral wilde inzetten voor sociale hulp. Daarentegen bestond de tweede groep uit meer radicale evangelicals, zoals Jim Wallis van de Sojourners and Rene Padilla uit Latijns Amerika die (o.a. geïnspireerd door bevrijdingstheologie) aandacht vroegen voor sociale actie en de zondige structuren van de samenleving. Hun visie op het koninkrijk van God was meer gericht op deze wereld. In Nederland waren o.a. Evert van de Poll en Otto de Bruijne sterk betrokken bij deze internationale ontwikkelingen. Het opinieblad Reveil bood indertijd een platform aan deze relatief kleine groep geëngageerde evangelischen.
Een meer praktische voorbeeld in de tachtiger jaren was Floyd McClung. Als evangelische ‘opinieleider’ van Jeugd met een Opdracht, heeft hij verschillende malen een oproep gedaan aan christenen om in de steden te gaan wonen (bv. tijdens een Opwekkingsconferentie) en met name daar waar de sociale nood hoog is. Dat resulteerde o.a. in leefgemeenschappen op de wallen en op de Ark, een boot achter het centraal station in Amsterdam. Zijn ervaringen met het wonen in leefgemeenschap in Afghanistan langs de zg. ‘hippie trail’ laat zich goed vergelijken met iemand als Shane (zie het boek living at the devils doorstep).
Terugkijkend is het opvallend hoe snel dit evangelische maatschappelijk geëngageerde elan vrijwel is verdwenen. Duidelijk is dat er in de jaren negentig een sterke therapeutisering van het evangelicalisme heeft plaatsgevonden. Thema’s als identiteit, aanvaarding, acceptatie, innerlijke genezing en heelheid zijn in de plaats gekomen van gerechtigheid, dienstbaarheid en zorg voor de schepping. Daarnaast hebben de thema’s gemeentegroei en -ontwikkeling de blik naar binnen nog eens versterkt.
Is de roep om orthopraxie van Shane te vergelijken met eerdere ontwikkelingen? Is het inderdaad een terugkeer van wat al eerder is geweest? Ja en nee denk ik.
Veel van wat Shane zegt en schrijft is niet nieuw (dat pretendeert hij trouwens ook niet) en kan als een reactie gezien worden op de zelfgenoegzaamheid, zelfgerichtheid en het doorgeschoten individualisme binnen de evangelische wereld. En anders dan misschien ogenschijnlijk lijkt, zijn er voorbeelden te vinden in Nederland van wat Shane propageert. Wel nieuw is zijn sterke oecumenische benadering en openheid voor samenwerking met andere gelovigen en organisaties van allerlei richtingen op het gebied van gerechtigheid. De scheiding tussen gelovigen van verschillende geloofsgemeenschappen lijken minder een rol te spelen dan in vroegere tijden. Haasnoot’s angst dat hiermee een weg ingeslagen wordt richting secularisatie zoals de uitkomst van het eerdere conciliair proces, deel ik dan ook niet. Shane’s verhaal laat duidelijk zien hoe een bepaalde vorm van spiritualiteit vorm kan krijgen in het praktisch handelen. Daarmee laat hij zien dat voluit kind is van zijn postmoderne tijd.
Categorieën: boeken · emerging church · evangelische beweging


In Brugge hangen mooie posters in de verschillende katholieke kerken. Probeert men op deze manier de kerk een eigentijds gezicht te geven? Ik denk niet dat deze mediastrategie voldoende zal zijn. Uiteindelijk maken mensen het verschil.


Categorieën: marketing
september 26, 2009 · 3 Reacties

beeldentuin Hoofddorp
Categorieën: Uncategorized
augustus 11, 2009 · 1 Reactie
Tijdens onze vakantie in Canada bezochten we de Notre Dame in het centrum van Montreal. Een imposante cathedraal, gebouwd in de 19e eeuw naar Europees voorbeeld. We waanden ons even in Frankrijk tot we op de details gingen letten. De onderstaande schildering liet zien dat we ons wel degelijk ergens anders bevonden.

Categorieën: persoonlijk
Vanavond zendt BRT 1 de documentaire Jesus Camp uit om 21.10 uur. Voor iedereen die vorige jaar (VPRO) deze film gemist heeft, een aanrader. Al eerder werd deze film tijdens het IDFA getoond in Amsterdam. De heftige beelden over kinderen die tijdens een zomerkamp leren om ‘Warriars for Jesus’ te worden kun je niet onbewogen bekijken. De documentairemakers zijn m.i. wel wat selectief te werk gegaan met hun materiaal. Ongenuanceerde denkbeelden over Amerikaanse ‘Born Again’ christenen worden bevestigd: anti-abortus, pro-Bush en wantrouwen naar de overheid. In de documentaire worden de momenten die tegenstrijdigheden laten zien, niet uitgediept. Zo worden de ouders die aanwezig zijn tijdens het kamp niet aan het woord gelaten. Maar ondanks dat is het een documentaire die je gezien moet hebben.
Categorieën: evangelische beweging
Het boek Van de Kaart van Boele P. Ytsma heb ik in twee dagen uitgelezen. Een zorgvuldig geschreven en eerlijk boek. Het is vooral een boek met een missie: gelovigen die het niet allemaal zo zeker meer weten wordt een hart onder de riem gestoken, of anders gezegd, twijfelaars worden aangesproken als mensen die authentiek en waarachtig willen zijn, als gepassioneerde gelovigen. Twijfel, zo stelt Ytsma in het begin van zijn boek, is iets dat je overkomt, daar kies je niet voor. In die zin lijkt zijn verhaal op een omgekeerd bekeringsverhaal. Zijn evangelische geloof bezwijkt op den duur onder wat hij noemt ‘gevaarlijke ervaringen’, ervaringen die niet in te passen zijn binnen zijn evangelische geloofskader. Zijn verhaal maakt duidelijk dat een geloofscrisis niet hoeft te betekenen dat je je geloof kwijtraakt. Geloven krijgt wel een andere betekenis: van zeker weten is geloven nu vooral vertrouwen.
Ytsma verbindt zijn persoonlijk verhaal met grote maatschappelijke veranderingen. De verschuiving van moderne naar postmoderne tijd betekent volgens hem dat een ‘moderne’ manier van gelovigen sterk onder druk is komen te staan. Ten dele deel ik deze analyse. De z.g. transformatie van religie waar sociologen over spreken wordt inderdaad steeds meer zichtbaar Dit betekent o.a. dat mensen niet langer geloven op gezag van de traditie maar vooral een beroep op de eigen ervaring. Authenticiteit is belangrijker dan een bepaalde overtuiging. In die zin laat het boek zien hoe een postmoderne manier van geloven binnen de christelijke traditie vorm kan krijgen. Niet alles van het christelijk geloof hoeft aan de kant gezet te worden. Zo schrijft Ytsma de kerk niet af maar wil hij zich voluit als verbinder en pionier inzetten en nieuwe wegen bewandelen in navolging van Christus. Hij is hoopvol en optimistisch over de gepassioneerde twijfelaars de hij herkent in de emerging church beweging. Hier ziet hij een nieuwe voorhoede van mensen die de tegenstelling tussen orthodoxie en vrijzinnigheid achter zich laten en zich richten op het koninkrijk van God.
Hoewel Ytsma de focus op Christus richt en spreekt over God als Onze Vader heeft het me verbaast dat hij op geen enkele wijze de Geest ter sprake brengt. De Geest lijkt volledig buiten beeld in zijn verhaal. Ik vraag me af hoe dat komt. Wellicht zegt dit iets over het rationele fundamentalistische evangelisch klimaat waarin hij verkeerd heeft. Zijn karakterisering van evangelisch is m.i. nogal eenzijdig. Evangelischen lijken samen te vallen met fundamentalisten (die nooit twijfelen p. 79) en zijn net als de vrijzinnigheid, slachtoffer van het modernisme. Deze karakterisering heeft wellicht te maken met het geestelijke klimaat binnen de Evangelische Hogeschool dat indertijd sterk beïnvloed werd door een uit Amerika afkomstige fundamentalische bijbelopvatting gecombineerd met een anti-charismatische opstelling (denk aan Ouweneel in die tijd). Binnen meer Pentecostale en charismatische georiënteerde groepen is in verhouding meer ruimte geweest voor de eigen ervaring door de nadruk op de Geest en is de nadruk op de ratio getemperd door aandacht voor lichamelijkheid, genezing en het wonder. Ondanks de ruimte voor de eigen ervaring, moet gezegd worden dat er voor twijfelaars en vragenstellers weinig begrip bestaat binnen de evangelische wereld. Het onderzoek Ooit Evangelisch heeft dat voldoende aangetoond. Het anti-intellectuele klimaat en gesloten geloofssysteem zijn daar onder andere debet aan.
Al lezend heb ik me afgevraagd of wat door Ytsma als postmodern geloven wordt geduid, ook niet te maken heeft met ‘volwassen geloven’, of reflexief geloven. Geloven jongeren vaak niet veel stelliger dan ouderen? En wordt niet iedereen door meer levenservaring ‘sadder and wiser, genuanceerder over de wereld, inclusief je geloofsovertuigingen?
Tot slot, vraag ik me af hoe Ytsma de kerk van alle eeuwen waardeert. `We kunnen gerust alle filters weggooien` meent hij, verwijzend naar het werk van theologen uit het verleden. Dat elke christelijke gemeenschap de bijbel leest en verstaat binnen de eigen specifieke context en van daaruit spreekt over het ervaren en verstaan van God, lijkt me een gegeven. Immers, elke tijd kent een eigen set van zoekvragen met daarbij horende gezochte antwoorden. Belangrijker lijkt mij de vraag of deze antwoorden ons nog iets te zeggen hebben. Is er iets van het koninkrijk van God dat ook vroegere gelovigen als perspectief voor zich zagen, te herkennen en van waarde voor ons vandaag? En heeft de Geest daar ook iets mee te maken? De nadruk die Ytsma op het ‘Onze’ van het Onze Vader legt en zijn overtuiging dat geloven alles te maken heeft met een gemeenschap illustreert m.i. dat de kerk van nu niet los verkrijgbaar is en de bijbel niet aleen individueel gelezen moet worden. In die zin deel ik zijn wantrouwen ten opzicht van allerlei theologieën niet. Juist door het gebruik van filters lichten bepaalde thema’s die eerder niet gezien werden en door de geschiedenis heen meegenomen worden. Theologie is volgens mij ook niet meer dan reflectie achteraf van mensen over hun omgang met God in een bepaalde context. Door de verschillende beelden naast elkaar te laten bestaan en zich te verhouden tot theologieën (en dat mag en kan niet anders dan kritisch) wordt ook de twijfelde en zoekende gelovige in staat gesteld te reflecteren op zijn manier van omgaan met de bijbel en zijn verstaan van het koninkrijk van God.
Categorieën: boeken · emerging church · evangelische beweging · theologie
getagged: Boele P. Ytsma, ooit evangelisch, Van de Kaart

Regelmatig krijg ik de vraag waar antropologen zich mee bezig houden. Door de breedte van het vakgebied is dat niet eenvoudig in een paar zinnen uit te leggen. Maar sinds kort heeft de afdeling Sociale en Culturele Antropoligie van de facultieit Sociale wetenschappen (Vrije Universiteit) een eigen website met de veelzeggende naam: Standplaats Wereld. Antropologen mogen dan late adapters zijn van nieuwe media maar het resultaat mag er wezen! Kijk en oordeel zelf.
Categorieën: culturele antropologie
Vijf dagen liep ik over de avenues and streets in Manhattan, samen met mijn 17 jarige dochter. Volle straten, drukke metrogangen, een overweldigende stad met een veelkleurige verzameling van mensen. Nu ik thuis ben en in gesprekken vertel over onze belevenissen, blijft één ontmoeting me achtervolgen. Of beter gezegd, één stem. We hebben heel veel stemmen gehoord in het rumoer van Time Square, in restaurants, winkels en niet te vergeten, tijdens twee musicals op Broadway. Maar wat ik blijf horen is de stem van een donkere, oude gebogen vrouw die in de metrowagon met haar karretje vol vieze plastic zakken en vodden heen en weer liep. Met een klarige, maar krachtige stem zong ze maar één zin: ‘Lord have mercy on me’.
Om me heen keken mensen weg, naar buiten waar de donkere muren voorbij raasden. En ik? Ik reageerde niet anders, durfde haar niet aan te kijken en keek uit mijn ooghoek schuin naar beneden. Ik zag haar gebogen rug en voelde me heel ongemakkelijk. Had ik haar geld moeten geven? Of had ik haar op z’n minst niet kunnen aankijken om haar te zien als mens, te erkennen als de ander?
Haar stem draag ik mee en haar gebed: ’Lord have mercy on me’.
Categorieën: persoonlijk

Naar aanleiding van het interview met Boele P. Ytsma in het ND 30 mei 09
Be patient toward all that is unsolved in your heart
and try to love the questions themselves like locked rooms
and like books that are written in a very foreign tongue.
Do not seek the answers, which cannot be given you
because you would not be able to live them.
And the point is to live everything.
Live the questions now.
Perhaps you will then gradually,
without noticing it,
live along some distant day into the answer
Rainer Marie Rilke
Categorieën: Uncategorized
Ik lees deze dagen opnieuw het boek Worship as Meaning van Hughes. Hij schrijft dat een goede liturgie de aanwezigen in staat stelt om ‘grenservaringen’ op te doen. Als hij over grenservaringen spreekt, vermijdt hij bewust de tegenstelling tussen seculiere en religieuze ervaringen. Grenservaringen hebben veeleer te maken met een intensivering van alledaagse ervaringen, die volgens hem een religieuze potentie bezitten. Grenservaringen roepen namelijk verwondering op, angst, ontzag of extase. Hoewel we deze ervaringen kunnen herkennen als ons bekende verschijnselen, worden ze omgeven door kwetsbaarheid, brengen ze diepten en mogelijkheden van het bestaan aan het licht die verborgen zijn in het alledaagse.
Hughes geeft als voorbeeld hoe muziek als onderdeel van de liturgie kan als een intensivering van het alledaagse opgevat worden.
Een lied begint met een aantal woorden, een bepaald vocabulaire, onderdeel van een bepaalde traditie. De woorden worden geordend in een bepaald patroon, in coupletten, refrein, volgens een vastgesteld ritme . Van tekst naar een lied vindt opnieuw een uitbreiding en intensivering plaats: er wordt een melodielijn gemaakt, en rond de basis melodie worden andere stemmen toegevoegd tot een harmonie. De woorden en het patroon van de geluiden worden uiteindelijk door een gemeenschap gezongen. Als daar ook nog instrumenten aan toegevoegd worden, vindt er een vermenigvuldiging van intensiverende momenten plaats. Wat begon als ´gewone´ woorden eindigt in een moment van extase, ontroering en een bijna niet te weerstane indruk dat God aanwezig is.
Zo kunnen volgens Hughes ook een brood, een glas wijn, een bak water, alledaagse voorwerpen die in het middelpunt worden gezet en omgeven door woorden en handelingen, betekenisvolle grenservaringen teweeg brengen. Om een grenservaring tot een religieuze ervaring te benoemen, is wel een religieus referentiekader nodig waarin het individu uitgenodigd wordt tot een dialoog.
Bij zijn waardering voor het alledaagse als intriniek sacramenteel plaasts Hughes wel een kanttekening:
´When we belief in the sacramentality of the world, we need to adress the actuality and power of disenchantment embedded in the everyday experience of modern and late modern worshippers. The affirmation of ordinariness as the realm of God’s manifestation is often presupposed uncritically. A theology of the intensification of ordinariness holds the that ordinariness is capable of disclosing the divine, but not , as it were , in and of itself, not naturally, not by wishing it so, but through delibarate strategies of ritualization, elaboration and intensification.´
Worship as Meaning, Graham Hughes
Categorieën: liturgie · muziek · theologie
getagged: muziek, theology, worship