Boekbespreking
Parzany, Ulrich. Er is één God, getuigen van Christus in een multiculturele samenleving. Amsterdam, Ark Media 2009.
Van de schrijver van het boek Er is één God, Ulrich Parzany had ik eerlijk gezegd nog nooit gehoord. Parzany is een bekende spreker en evangelist in Duitsland. Via Paul Abspoel van Ark Media kreeg ik een exemplaar van zijn boek in handen. De ondertitel van het boek ‘getuigen van Christus in een multireligieuze samenleving’ zette me als lezer enigszins op een verkeerd spoor. Het boek biedt vooral een apologetische discussie tussen het Christendom en de Islam en bespreekt heel in het kort de uitdaging van het Hindoeïsme en Boeddhisme.

Parzany zet sterk in op de exclusieve waarheidsclaim van het christendom en waarschuwt voor het gevaar om verschillen tussen religies te verdoezelen. Veel christenen weten niet goed wat ze zelf geloven en wat hen onderscheidt van andere religies, meent hij. Dit houdt volgens Parzany direct verband met het Europese postmoderne denkklimaat en de ontwikkeling van de keuze-samenleving waardoor het christendom in Europa verwatert.
Om duidelijk te maken dat niet alle religies over dezelfde God spreken, wordt sterk ingezet op de beslissende betekenis van het leven, sterven en de opstanding van Christus en de verzoening tussen God en mens. Dit zal door evangelische en orthodoxe protestanten herkenbaar en overtuigend klinken. Hoewel de komst van Jezus als openbaring van God als beslissende openbaring van God gezien kan worden, is Parzany m.i. te stellig als hij op pg 121 schrijft dat ‘als er al kennis over God is, dan alleen door Jezus Christus’. Dit roept nogal wat vragen op over hoe God zich openbaarde in het Oude Testament en in het bijzonder hoe Parzany denkt over de Joodse Godsbeeld. Juist in de dialoog met andere religies is deze vraag uitermate belangrijk en essentieel. Kan God zich ten dele openbaren in andere religies? En, in hoeverre is de Geest van God werkzaam in de wereld en kunnen mensen op weg gaan, in de richting van Jezus, zoals bijvoorbeeld de drie wijzen die door hun occulte praktijken een teken van Godswege ontvingen?
In het deel over de Islam bespreekt Parzany de teksten over Jezus in de Koran, de betekenis van Jezus als profeet en de theologische verschillen in opvatting over de kruisdood van Jezus in de Koran en de Bijbel. Door deze benadering wordt de vraag of er in de Islam sprake is van een andere God, niet duidelijk beantwoord. Door de verschillen te benadrukken worden de overeenkomsten tussen bijvoorbeeld het beeld van God als Schepper in het Oude Testament en in de Koran, vermeden.
Voor een dialoog met andere gelovigen ben ik ervan overtuigd dat het nodig je eigen traditie te kennen en te weten waar je voor staat als gelovige. Ook is het goed je te verdiepen in de traditie van de ander, te weten waar de verschillen liggen, maar ook de overeenkomsten. Dat laatste heb ik gemist in het boek.
Interessant is dat Parzany mogelijkheden ziet voor samenwerking tussen gelovigen van verschillende tradities in een plurale samenleving. Christenen kunnen zich verbinden en inzetten voor vrede, gerechtigheid en het behoud van de schepping (p. 101). Dat kan niet anders dan met compromissen stelt Parzany, en het is belangrijk dat je samenwerken en verkondigen bij elkaar houdt (p.104). Hoe je dat nu in de praktijk doet, lijkt me uitermate belangrijk en spannend, maar daarin wordt de lezer niet op weg geholpen.
Tot slot, dit boek is een aanzet om zich vanuit een orthodoxe christelijke visie te verdiepen in de betekenis en kennis van Jezus in de Koran. Dat is gelijk ook de beperking van het boek. In de ontmoeting tussen een christen en een moslim zal deze apologetische discussie meestal niet direct op tafel komen.