Jesus Camp

jesus_camp2_1De documentaire Jesus Camp werd voor het eerst tijdens het IDFA getoond in Amsterdam. De heftige beelden over kinderen die tijdens een zomerkamp leren om ‘Warriors for Jesus’ te worden, kun je niet onbewogen bekijken. De film is illustratief voor een variant binnnen de globale pinksterbeweging die uitgaat van sterk dualistisch wereldbeeld waarin de gelovigen betrokken zijn in een strijd tussen God en de duivel.

De documentairemakers zijn m.i. wel wat selectief te werk gegaan met hun materiaal. Ongenuanceerde denkbeelden over Amerikaanse ‘Born Again’ christenen worden bevestigd: anti-abortus, pro-Bush en wantrouwen naar de overheid. In de documentaire worden de momenten die tegenstrijdigheden laten zien, niet uitgediept. Zo worden de ouders die aanwezig zijn tijdens het kamp niet aan het woord gelaten. Maar ondanks dat is het een documentaire die je gezien moet hebben.

Synchroblog Van de Kaart

Van_de_kaart_kleinHet boek Van de Kaart van Boele P. Ytsma heb ik in twee dagen uitgelezen. Een zorgvuldig geschreven en eerlijk boek. Het is vooral een boek met een missie: gelovigen die het niet allemaal zo zeker meer weten wordt een hart onder de riem gestoken, of anders gezegd, twijfelaars worden aangesproken als mensen die authentiek en waarachtig willen zijn, als gepassioneerde gelovigen. Twijfel, zo stelt Ytsma in het begin van zijn boek, is iets dat je overkomt, daar kies je niet voor. In die zin lijkt zijn verhaal op een omgekeerd bekeringsverhaal. Zijn evangelische geloof bezwijkt op den duur onder wat hij noemt ‘gevaarlijke ervaringen’, ervaringen die niet in te passen zijn binnen zijn evangelische geloofskader. Zijn verhaal maakt duidelijk dat een geloofscrisis niet hoeft te betekenen dat je je geloof kwijtraakt. Geloven krijgt wel een andere betekenis: van zeker weten is geloven nu vooral vertrouwen.redwood forest CA 08

Ytsma verbindt zijn persoonlijk verhaal met grote maatschappelijke veranderingen. De verschuiving van moderne naar postmoderne tijd betekent volgens hem dat een ‘moderne’ manier van gelovigen sterk onder druk is komen te staan. Ten dele deel ik deze analyse. De z.g. transformatie van religie waar sociologen over spreken wordt inderdaad steeds meer zichtbaar Dit betekent o.a. dat mensen niet langer geloven op gezag van de traditie maar vooral een beroep op de eigen ervaring. Authenticiteit is belangrijker dan een bepaalde overtuiging. In die zin laat het boek zien hoe een postmoderne manier van geloven binnen de christelijke traditie vorm kan krijgen. Niet alles van het christelijk geloof hoeft aan de kant gezet te worden. Zo schrijft Ytsma de kerk niet af maar wil hij zich voluit als verbinder en pionier inzetten en nieuwe wegen bewandelen in navolging van Christus. Hij is hoopvol en optimistisch over de gepassioneerde twijfelaars de hij herkent in de emerging church beweging. Hier ziet hij een nieuwe voorhoede van mensen die de tegenstelling tussen orthodoxie en vrijzinnigheid achter zich laten en zich richten op het koninkrijk van God.

Hoewel Ytsma de focus op Christus richt en spreekt over God als Onze Vader heeft het me verbaast dat hij op geen enkele wijze de Geest ter sprake brengt. De Geest lijkt volledig buiten beeld in zijn verhaal. Ik vraag me af hoe dat komt. Wellicht zegt dit iets over het rationele fundamentalistische evangelisch klimaat waarin hij verkeerd heeft. Zijn karakterisering van evangelisch is m.i. nogal eenzijdig. Evangelischen lijken samen te vallen met fundamentalisten (die nooit twijfelen p. 79) en zijn net als de vrijzinnigheid, slachtoffer van het modernisme. Deze karakterisering heeft wellicht te maken met het geestelijke klimaat binnen de Evangelische Hogeschool dat indertijd sterk beïnvloed werd door een uit Amerika afkomstige fundamentalische bijbelopvatting gecombineerd met een anti-charismatische opstelling (denk aan Ouweneel in die tijd). Binnen meer Pentecostale en charismatische georiënteerde groepen is in verhouding meer ruimte geweest voor de eigen ervaring door de nadruk op de Geest en is de nadruk op de ratio getemperd door aandacht voor lichamelijkheid, genezing en het wonder. Ondanks de ruimte voor de eigen ervaring, moet gezegd worden dat er voor twijfelaars en vragenstellers weinig begrip bestaat binnen de evangelische wereld. Het onderzoek Ooit Evangelisch heeft dat voldoende aangetoond. Het anti-intellectuele klimaat en gesloten geloofssysteem zijn daar onder andere debet aan.

Al lezend heb ik me afgevraagd of wat door Ytsma als postmodern geloven wordt geduid, ook niet te maken heeft met ‘volwassen geloven’, of reflexief geloven. Geloven jongeren vaak niet veel stelliger dan ouderen? En wordt niet iedereen door meer levenservaring ‘sadder and wiser, genuanceerder over de wereld, inclusief je geloofsovertuigingen?

Tot slot, vraag ik me af hoe Ytsma de kerk van alle eeuwen waardeert. `We kunnen gerust alle filters weggooien` meent hij, verwijzend naar het werk van theologen uit het verleden. Dat elke christelijke gemeenschap de bijbel leest en verstaat binnen de eigen specifieke context en van daaruit spreekt over het ervaren en verstaan van God, lijkt me een gegeven. Immers, elke tijd kent een eigen set van zoekvragen met daarbij horende gezochte antwoorden. Belangrijker lijkt mij de vraag of deze antwoorden ons nog iets te zeggen hebben. Is er iets van het koninkrijk van God dat ook vroegere gelovigen als perspectief voor zich zagen, te herkennen en van waarde voor ons vandaag? En heeft de Geest daar ook iets mee te maken? De nadruk die Ytsma op het ‘Onze’ van het Onze Vader legt en zijn overtuiging dat geloven alles te maken heeft met een gemeenschap illustreert m.i. dat de kerk van nu niet los verkrijgbaar is en de bijbel niet aleen individueel gelezen moet worden. In die zin deel ik zijn wantrouwen ten opzicht van allerlei theologieën niet. Juist door het gebruik van filters lichten bepaalde thema’s die eerder niet gezien werden en door de geschiedenis heen meegenomen worden. Theologie is volgens mij ook niet meer dan reflectie achteraf van mensen over hun omgang met God in een bepaalde context. Door de verschillende beelden naast elkaar te laten bestaan en zich te verhouden tot theologieën (en dat mag en kan niet anders dan kritisch) wordt ook de twijfelde en zoekende gelovige in staat gesteld te reflecteren op zijn manier van omgaan met de bijbel en zijn verstaan van het koninkrijk van God.