EO en Israel visie: ‘for the bible tells me so…!’

Dinsdag 26 november 2013 organiseerde de EO een congres over de vraag waarom christenen het zo fundamenteel oneens kunnen zijn over hun visie op het Joodse volk en de staat Israel. Na de aankondiging bleek als snel dat dit onderwerp bij een deel van EO achterban sterk leeft: binnen no time waren alle kaarten voor het congres vergeven. De EO besloot zelfs om het congres online live uit te zenden. Bij de opening noemde Andries Knevel dat hij tijdens de voorbereiding al op elf verschillende Israel visies stuitte. De verschillende sprekers deden hun best om hun visie zo overtuigend mogelijk over het voetlicht te brengen. Daarbij werd uiteraard steeds terug verwezen naar de bijbel.

Uiteindelijk zijn de verschillende (impliciete) theologieën gebaseerd op het lezen van de bijbel door een bepaalde bril. Ik blijf me dan ook verbazen dat sommige sprekers zich zonder enige gene beroepen op het eenvoudig ‘lezen wat er staat’ en alles wat met theologie te maken heeft diskwalificeren. Of het nu over Israel gaat, over de bijbelse man of vrouw, de wijze waarop de bijbel verstaan wordt, heeft alles te maken met hermeneutische methode die men hanteert. Uniek voor het Nederlands taalgebied is het in twee delen verschenen boek over bijbeluitleg ‘Tussen tekst en lezer‘ van VU theoloog Arie Zwiep waarin hij verschillende methoden van bijbeluitleg door de kerkgeschiedenis tot op heden bespreekt.

Het lijkt me hoog tijd dat de EO haar volgende congres organiseert over de vraag waarom ‘bijbelgetrouwe’ christenen zo enorm kunnen  verschillen in de wijze waarop ze de bijbel lezen en verstaan. Dat zou een hoop Babylonische spraakverwarring over ‘wat de bijbel zegt’ kunnen verhelderen.

‘God maakt zwakke mannen sterk’

Het najaarsnummer van het  theologisch tijdschrift ‘GEESTkracht, bulletin voor Charismatische theologie’ staat in het teken van de discussie over de feminisering van de kerk. In dit kader heb ik een artikel geschreven over de snel groeiende evangelische mannenbeweging De 4e Musketier.

De ingekorte voorpublicatie van het artikel in het Nederlands Dagblad heeft veel reacties opgeroepen waaronder een blog van Mark de Boer en de oprichter van De 4e Musketier Henk Stoorvogel. Het volledige artikel  “God maakt zwakke mannen sterk” is nu online beschikbaar.

De nieuwe rituelen van de smartphone generatie

Ingekorte lezing tijdens het CHE symposium over Revival van Religie? 17 januari 2013

De religiositeit van jongeren moet je niet alleen aan hun kerkbezoek afmeten. De smartphone zorgt voor nieuwe rituelen en vormen van verbinding.

Iphone

In de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw voorspelden trendwatchers en sociologen dat religie zou verdwijnen in de moderne samenleving.  Nederland werd daarbij geschaard onder de meest geseculariseerde landen van de wereld. Maar anders dan deze ‘secularisatiethese’ voorspelde, is religie niet verdwenen, integendeel.

Het lijkt er meer op dat we ons vandaag de dag bevinden in een overgangssituatie, een paradigmaverschuiving waarin institutionele vormen van religie aan betekenis verliezen en geïndividualiseerde, ervaringsgerichte vormen van religie floreren. Hoe krijgen deze nieuwe vormen van religie gestalte? En wat voor betekenis heeft dat voor jongeren en hun religieuze identiteit?

Lees hier het vervolg van de lezing op de website ‘hetgoedeleven.nl’of download als pdf

Revival van Religie? Studieconferentie 17 januari 2013

Studieconferentie leraren Godsdienst en Levensbeschouwing

CHE 17 januari 2013

Zijn leerlingen nu religieuzer geworden dan pakweg 25 jaar geleden? De secularisatie is toch ook enorm? Hoeveel leerlingen zien de kerk nog van binnen? En de moslims gaan zij wel naar de moskee? Gelovige leerlingen, wat geloven ze eigenlijk? Er zijn diverse onderzoeken geweest op het terrein van religiositeit en secularisatie. Wat is nu waar? En hoe kun je dan in deze context als docent godsdienst / levensbeschouwing in contact treden met je leerlingen? Vragen die we onszelf stellen op de studieconferentie GL in Ede. We nodigen je van harte uit om mee te denken en doen. Welkom op 17 januari 2013!

Naamloos

Allister Mc Grath: “We zullen moeten afwachten of deze oplichtende religiositeit de schemer is van een zon die achter de horizon verdwijnt óf van een rijzende zon die een nieuwe dag met nieuwe hoop en nieuwe mogelijkheden aankondigt”.

Datum:             donderdag 17 januari 2013
Tijd:                   14.30 – 18.00 uur, aansluitend diner
Kosten:             €100,-
CHE-studenten: €10,-
Locatie:            Christelijke Hogeschool Ede  – Oude Kerkweg 100 –  6717 JS Ede

Programma

14.30 uur Welkom en opening
14.45 uur Storytelling – drie leraren vertellen aan de hand van een concrete
gebeurtenis hoe ze religiositeit / geloof van leerlingen ervaren.
15.00 uur Verschuivingen in de geloofscultuur in Nederland: wat is waar en wat is niet waar?- Dr. Miranda Klaver

  • Hoe geloven tieners anno 2012?
  • Wat doet de multiculturele context?
  • Is er sprake van een kloof tussen mijn religiositeit en die van mijn leerlingen?
16.00 uur Pauze met hapjes
16.15 uur Deellezingen/workshops:1. Dr. Robert Doornenbal  – Worldview en wetenschap: Over het nieuwe atheïsme
2. Hijlke Wijnja                – Geloofscultuur op multiculturele school
3. Drs. Johan Schouls       – Refojongeren in een opengebroken wereld

Aanmelding via de website CHE

Lezing Grace Davie 29 januari 2013 Amsterdam

Belief and Unbelief: Two Sides of a Coin

Public lecture organized by research group Religious Dynamics and Cultural Diversity

Tuesday 29 January, 17.00-18.30, Vondelzaal (University Library, Singel 425)

This lecture addresses the nature of religion (including religious belief) in modern Europe and the factors that must be taken into account in order to properly understand it. Important factors in this regard are (1) the cultural heritage of Europe; (2) the “old” model of a moderately dominant state church which operates like a public utility; (3) a “newer” model which takes the form of a growing market in religion; (4) the arrival into Europe of new groups of people both Christian and other; (5) an increasingly articulate secular lobby; and (6) a growing awareness that Europe is an “exceptional case”. The first point that will be emphasized is that all five factors exist alongside each other and that they push and pull in different directions. The second point provides the main focus for this lecture: namely that exactly the same factors that account for the nature of religious belief in European society are equally present in unbelief.

professor grace davie

GRACE DAVIE is professor emeritus in the Sociology of Religion at the University of Exeter UK. She is the author of Religion in Britain since 1945 (Blackwell 1994), Religion in Modern Europe (OUP 2000), Europe: the Exceptional Case (DLT 2002) and The Sociology of Religion (Sage 2007/2013); she is the co-author of Religious America, Secular Europe (Ashgate 2008), and co-editor of Predicting Religion (Ashgate 2003) and Welfare and Religion in 21 Century Europe (2 vols) (Ashgate 2010 and 2011).

The lecture is public and entrance is free.

Het is moeilijk het oude vertrouwde los te laten

Naar aanleiding van de studiedag over missionair gemeentezijn 22 september 2012 werd ik geïnterviewd door Nels Fahner en verscheen onderstaand artikel op de website hetgoedeleven.com en in het Christelijk Weekblad onder de titel

Missionair werken is spannend voor de kerkvcm_s_kf_m160_120x160

Missionair is al een paar jaar een modewoord in veel kerken. Maar hoe ziet een missionaire kerk eruit? En past de daarbij behorende vernieuwing wel bij de sterke tradities? Komende zaterdag is er een studiedag over missionair gemeentezijn. Voor veel kerkgangers is het moeilijk het oude vertrouwde los te laten, zegt dagvoorzitter Miranda Klaver.

Missionair’ is een woord dat we veel horen de laatste tijd. Is het een hype, of niet?

Ik denk dat het door de secularisering wel op de agenda van veel kerken blijft staan: wat is je boodschap in de omringende cultuur? Maar al die aandacht van de laatste tijd kun je zeker een hype noemen: er staat nogal wat op de agenda de komende maanden.Maar dat is ook niet zo erg, hoe meer je ermee bezig bent, hoe beter. Er is vaak te weinig aandacht voor geweest: het contact met ongelovigen werd vaak aan een evangelisatiecommissie uitbesteed. Nu leeft dat veel breder.”

Groeit het aantal initiatieven, zijn er signalen dat steeds meer gewone kerkleden zich aansluiten?

“Moeilijk te zeggen. Ik heb het idee dat het in verschillende fasen verloopt. In het westen van het land is de noodzaak er meer om open te staan voor nieuwe initiatieven. Op de biblebelt en in het oosten en noorden zijn mensen nog veel meer gewend dat de kerk present is. Daar is de context waarin de kerk functioneert anders. Diaconaat en evangelisatie kunnen er los van elkaar functioneren, terwijl in grote steden die dingen door elkaar lopen.”

lees het vervolg van het interview op:

http://www.hetgoedeleven.com/Geloven/Gelovendetail/tabid/240/IndexID/188185/Default.aspx

 

 

Religieonderzoek door gelovige wetenschappers?

Opinie stuk voor website Geloof en Wetenschap Forum C 

Eerlijk gezegd vind ik discussies van christenen over geloof en wetenschap niet zo boeiend. Debatten over schepping en evolutie interesseren me meer als antropoloog als object van onderzoek: wie voert de discussie, wat voor argumenten, wat staat er volgens de woordvoerders op het spel en waarom is het (nu) een issue?

Als religieonderzoeker is de relatie tussen geloof en wetenschap een gegeven. Tijdens mijn onderzoek naar evangelische kerken in Nederland is mij deze vraag herhaaldelijk gesteld, zowel door collega wetenschappers als gelovigen.

Binnen de antropologie is dit een bekende discussie in relatie tot de vraag naar de insider/outsider positie van de onderzoeker bij onderzoek. Wie is het meest gekwalificeerd om religie te begrijpen: een seculiere of een religieuze onderzoeker? De objectieve ‘outsider’ die wellicht onvoldoende in staat is om de ervaringen van gelovigen te begrijpen  of de subjectieve ‘insider’ die gelovigen van binnenuit begrijpt maar geen afstand kan bewaren ten aanzien van het onderwerp?

Het idee van een neutrale, objectieve onderzoeker is in de antropologie passé. In zowel de observaties als in de interpretaties van onderzoekers is het een illusie dat de eigen subjectiviteit van de onderzoeker volledig uit te bannen is. Intersubjectiviteit, samenwerking met collega-onderzoekers  is daarom essentieel om bv. blinde vlekken te vermijden en persoonlijke agenda’s te ontmaskeren. Samenwerking tussen atheïstische, agnostische  en gelovige onderzoekers is daarom uitermate vruchtbaar en noodzakelijk. Dit impliceert dat de status van wetenschappelijke kennis  niet primair ligt in haar waarheidsvinding maar in de uitkomst van een debat, een ‘ongoing conversation’ tussen wetenschappers. Dit debat is zeker spannend als religieonderzoekers een sterk reductionistische visie op religie hanteren, d.w.z., een opvatting dat religie volledig te verklaren is door sociale en niet-religieuze verschijnselen. Voor mij is het juist de uitdaging om in religieonderzoek de menselijke en sociale aspecten van religie zo goed mogelijk te verhelderen en in kaart te brengen maar daarbij ruimte te laten voor datgene waar ik wetenschapper geen uitspraak over kan doen. Dat is wetenschap bedrijven in het besef van een open werkelijkheid, waarin de Geest van God betrokken aanwezig is.

Anders dan in de exacte wetenschappen leent antropologie zich niet goed voor een positivistische opvatting van wetenschap. Kwalitatief onderzoek is in de eerste plaats interpretatief van aard  en laat zich niet uitdrukken in harde cijfers, causale verbanden en feiten. Antropologisch onderzoek biedt daarom niet een wetenschappelijke verklaring voor de werkelijkheid maar wel meer inzicht in de werkelijkheid door beleving, ervaringen en motieven voor gedrag en handelen te onderzoeken. De onderzoeker staat daarom nooit volledig buiten het  object van zijn of haar onderzoek.

In de praktijk van religieonderzoek speelt de positie van de onderzoeker een belangrijke rol. In een onderzoek naar evangelicals in de VS schrijft Susan Harding hoezeer zij als ‘outsider’ object van bekering was voor haar respondenten. In de interviews probeerde de respondenten haar ervan te overtuigen dat zij niet toevallig dit onderzoek deed maar dat God er een bedoeling mee had. Haar positie als niet-gelovige had grote consequenties voor het verkrijgen van haar onderzoeksmateriaal. In mijn onderzoek als ‘insider’ had ik te maken met heel andere kwesties. Mijn vraagstelling en  wijze van participatie leidde in het onderzoeksveld regelmatig tot verwarring. Ik vroeg naar kwesties die ik als ‘gelovige’ hoorde te weten waardoor mijn positie als gelovige in twijfel werd gebracht.  De percepties van de respondenten ten aanzien van de geloofsovertuigingen van de onderzoeker –  wel of niet gelovig – zijn dus van groot belang in religieonderzoek.

Als antropoloog en theoloog valt het mij op dat het debat over geloof en wetenschap met name gevoerd wordt door exacte wetenschappers die zich moeten verhouden tot een positivistische wetenschapsopvatting. De apologetische verantwoording van hun geloof wordt vooral binnen deze positivistische werkelijkheid getrokken. Daar gaat naar mijn overtuiging iets wezenlijks mis. Juist de vooronderstellingen van een dergelijke wetenschapsopvatting en visie op de werkelijkheid met het daarbij horend waarheidsbegrip, moeten kritisch beoordeeld worden. Dan wordt het debat over geloof en wetenschap voor mij pas echt relevant.

Reactie op ‘Het heilige gebeurt’

In mijn onderzoek naar de groei van evangelische kerken kwam ik een grote groep mensen tegen die afgehaakt zijn in de protestantse kerken. In de talloze interviews en gesprekken werd veel gesproken over ervaring en ontmoeting met God in evangelische kerken in tegenstelling tot de ervaring met de klassieke kerkdienst waar ‘het heilige juist niet gebeurde’.

Tijdens de studiemiddag ter gelegenheid van het boek van prof. dr. F.G. Immink ‘Het heilige gebeurt‘ (30 sept. 2011) heb ik in mijn lezing drie stellingen naar voren gebracht: (1) de kerkdienst als  performance omvat meer dan taal (2) participatie tijdens de kerkdienst is niet vanzelfsprekend en (3) de kerkdienst staat niet langer centraal in het godsdienstig leven van gelovigen maar is een optie geworden.

Bekijk mijn reactie hier online.

Kansen en bedreigingen van de kerkdienst

Studiedag PThU vrijdag 30 september 2011

De kerkdienst staat onder druk. Met haar nadruk op herhaling en continuïteit en haar aandacht voor ‘trage vragen’ biedt de kerkdienst niet de onmiddellijke ervaring en intense beleving die veel mensen tegenwoordig zoeken. Daarnaast worden aan de zondagse samenkomst steeds hogere eisen gesteld: voor gelovigen is de kerkdienst meer dan ooit de plek waar ‘het moet gebeuren’. Hoe kunnen kerk en theologie het beste omgaan met deze druk? Dat is de centrale vraag bij de studiedag ‘Het heilige gebeurt’ van de Protestantse Theologische Universiteit (PThU), die op vrijdag 30 september in Doorn plaatsvindt.

De studiedag vindt plaats naar aanleiding van de verschijning van Het heilige gebeurt; theologie en traditie van de protestantse kerkdienst (Boekencentrum, Zoetermeer, 2011) van prof.dr. Gerrit Immink. Sprekers zijn prof.dr. Marcel Barnard (PThU), prof.dr. Gerrit de Kruijf (PThU), dr. Miranda Klaver (VU/CHE), dr. Ciska Stark (PThU/VU), dr. Bert de Leede (PThU), ds. Ronelle Sonnenberg (PKN), ds. Bert Schroten (PKN) en Immink zelf.

De studiedag, die met name is bedoeld voor predikanten en andere theologen, begint om 13.30 uur en eindigt om 17.00 uur met een borrel.

Aanmelding via de website van de PKN